Stroming binnen het boeddhisme, in de zesde eeuw in China ontwikkeld door Boddhidharma en later vooral in Japan populair geworden.
Doel is de verlichting (satori), maar er is geen methode om die te bereiken. De verlichtingservaring overkomt iemand plotseling. Men poogt in de meditatie en de oefeningen zich voor te bereiden op dit plotselinge inzicht, ondermeer door za-zen (de zithoudingen). Opvallend is het gebruik van paradoxen in de overdracht van de leraar op de leerling, veelal in de vorm van een koan, een innerlijk tegengestelde spreuk of tekst. De bedoeling ervan is dat de leerling beseft dat zijn verstand hem niet kan helpen op de spirituele weg, maar dat het een intuïtieve zaak is. De weg van zen is een moeizaam begaanbare en zware weg, waarop men zich veel inspanningen getroost en waarvan het resultaat onvoorspelbaar is.
Zen is met name in de tweede helft van de twintigste eeuw in het Westen populair geworden. Soms als alternatieve levens-en geloofsstijl, zoals de filosofie van Alan Wilson Watts (1915-1973). Soms als meditatiemethode; onder meer gepropageerd in katholieke kloosters, zoals door de jezuïet Hugo Enomiya- Lassalle (1898-1990).
Auteur
R. Kranenborg [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Alan W. Watts, The Way of Zen (New York 1957)
Robert Sohl & Audrey Carr, The Gospel according to Zen (New York 1970)