Christelijke beweging die de nadruk legde op de passieve, zelfverloochenende overgave aan God. Het begrip quiëtisme is afgeleid van de Latijnse term quies (rust).
De beweging was vooral sterk in de zeventiende en achttiende eeuw. Tegenover het dogmatisme kwam eenzijdig het accent te liggen op geestelijke apathie of ‘onverschilligheid’: eigenliefde moet met wortel en tak worden uitgeroeid. Het hoogste geluk ligt in de onderworpenheid aan Gods wil; de mens aanvaardt zowel voor- als tegenspoed lijdzaam. Een van de bekendste vertegenwoordigers was Michaël de Molinos (1628-696), wiens ideeën breed in Europa ingang vonden. Hij leerde een sterke mystieke gelatenheid, waardoor hij tot de uitspraak kwam dat het voor een christen die in Gods liefde leeft niet uitmaakt of hij in de hemel of in de hel verblijft. In het protestantisme vond men vormen van quiëtisme bij piëtistisch en mystiek gezinde groepen als de labadisten.
Auteur
J.K. Karels [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Hartmut Lehmann e.a., Jansenismus, Quietismus, Pietismus (Göttingen 2002)
Otger Steggink, ‘Franse mystiek’, in: Joris Baers e.a., Encyclopedie van de mystiek (Kampen/Tielt
2003), 739-752