Meditari was in de Vulgaat de vertaling van het Hebreeuwse hgh, dat murmelen betekent, het mompelend
reciteren van de thora.
Bij de woestijnkluizenaars werd het gebruikt voor het voortdurend reciteren van psalmen en gebeden tijdens de dagelijkse arbeid. In de kloosters werd het gezien als deel van de lectio divina (de persoonlijke geestelijke lezing). Later werden bij de overweging van de Schrift ook beeldende kunst en innerlijke beelden betrokken. In kringen van de Nadere Reformatie werd de persoonlijke meditatie beoefend. Via Evangelische bewegingen kwam in de twintigste eeuw onder protestanten een meditatievorm op die men ‘stille tijd’ noemde. Vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw kregen vormen van oosterse meditatie veel invloed in het Westen. Christelijke meditatie werd verrijkt met oosterse methoden en in kloosters en centra voor spiritualiteit onderwezen aan leken. Ook in protestantse kerken wordt meditatie steeds meer beoefend en worden predikanten getraind voor het leiding geven aan meditatie, al is men daar soms huiverig voor niet christelijke invloeden.
Auteur
Kick Bras [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Dictionnaire de Spiritualité Ascétique et Mystique. Doctrine et Histoire (Paris 1932-1995)
Kick Bras, Talen naar stilte (Kampen 2002)