Methode van toekomstvoorspelling, op basis van de stand van de sterren, waarbij wordt uitgegaan van het aloude principe ‘zo boven, zo beneden’.
Er wordt van uitgegaan dat er specifieke betrekkingen bestaan tussen de macrokosmos, de wereld van de hemellichamen en sterren, en de microkosmos, de individuele mens. De stand van de hemellichamen correspondeert met gebeurtenissen in het heden en de toekomst van de mens. Een sterrendeskundige kan op grond hiervan iemands horoscoop opstellen, waaruit duidelijk gelezen kan worden wat er in het leven van de desbetreffende persoon zal plaatsvinden. In de regel zijn er twaalf sterrenbeelden van groot belang, de tekens van de dierenriem, maar ook andere planeten en sterren spelen een rol.
Al in het oude Babylonië en China had de astrologie een grote plaats. Zij is binnen de Europese cultuur tot aan de zeventiende eeuw van belang geweest, ook binnen de kerken; Melanchton doceerde als theoloog astrologie. Met de opkomst van het heliocentrische wereldbeeld, die de zon als middelpunt kent, werd de astrologie tot een bijgeloof. Dankzij de esoterische traditie werd de astrologie in de twintigste eeuw weer populair. De esoterie (zie esoterische stromingen) verbond de astrologie met de leer van de tijdperken. Als de zon in een bepaald sterrenbeeld komt te staan, begint een nieuw tijdperk. Aan het eind van de twintigste eeuw kwam de zon in het teken van Aquarius (waterman), en begon er een nieuw tijdperk. Vooral in new age is deze gedachte zeer populair.
De christelijke kerk en theologie nemen de astrologie niet serieus. Op wetenschappelijke gronden ziet men het als iets wat geen werkelijkheidswaarde heeft: sterren beïnvloeden het menselijke bestaan niet. In conservatief-evangelische kringen ziet men de astrologie als occult, dus als werk van de duivel, en wordt het raadplegen van een astroloog gezien als geloofsafval. Dit is echter te sterk; met name de meer psychologische astrologie kan beschouwd worden als een vorm van psychotherapie.
Auteur
R. Kranenborg [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Siegfried Böhringer, Astrologie. Kosmos und Schicksal (Stuttgart 1990)
Jörg Wichmann, Renaissance van de esoterie (Utrecht 1991)