Zingen van (onberijmde) psalmen in liturgische samenkomsten.
De vroegst bekende vorm is die van de psalmodie directa, waarbij de volledige psalm ononderbroken gezongen wordt. De wijze waarop dit muzikaal gestalte kreeg, sloot nauw aan bij het ‘parallellisme’, de poëtische stijlfiguur dat psalmverzen uit twee helften opgebouwd zijn die elkaar aanvullen, herhalen of contrasteren. De tweede vorm is de psalmodie responsorialis, waarbij de gemeenschap als reactie op de psalmist een kort refrein zingt, ontleend aan het eerste psalmvers. De derde psalmodie-vorm, de alternerende, kent twee zanggroepen die de psalmverzen om beurten zingen. De psalmodie antifonaal tenslotte houdt in dat de psalm omlijst en onderbroken wordt door een antifoon die – in tegenstelling tot het refrein in de responsoriale psalmodie – een meer zelfstandige functie heeft. Aanvankelijk werd de antifoon na ieder psalmvers herhaald, maar in de loop van de tijd ging men er toe over om hem alleen aan het begin en einde van de psalm te zingen.
Auteur
Jan Smelik [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]