Oorspronkelijk religieuze volksliederen van negerslaven uit het zuiden van de Verenigde Staten.
Over de herkomst van de negrospirituals bestaat veel onduidelijkheid. Bekend is dat Amerikaanse slaven rond 1800 spirituals zongen. De liederen gaven uitdrukking aan lotsverbondenheid en aan het dagelijkse slavenbestaan. Ze legden een relatie tussen de onderdrukking van de Israëlieten en hun eigen slavernij. Bijbelse termen en notities kregen concrete equivalenten uit het dagelijkse leven van de slaven. Veel negerslaven waren methodist (zie methodisme) en daardoor werden negrospirituals mede beïnvloed en gevormd door methodistische hymns van onder andere Isaäc Watts.
De spirituals kregen bredere bekendheid toen studenten van de Afro-Amerikaanse universiteiten (zoals Fisk University, Nashville) de Verenigde Staten en Europa rondreisden om geld in te zamelen voor hun universiteit. De opkomst van de religieuze groepen en kerken (waaronder de Church of God in Christ) met uitgesproken Afro-Amerikaans accenten aan het einde van de negentiende eeuw populariseerden de spirituals eveneens.
De bredere verspreiding bracht met zich mee dat de West-Europese klassieke muziek steeds meer invloed kreeg op de negro spirituals, zoals onder meer naar voren kwam in de harmonisaties die van de liederen gemaakt werden. Samen met invloeden vanuit de jazz en blues droeg deze vermenging in de eerste helft van de twintigste eeuw bij tot het ontstaan van nieuwe genres in de gospelmuziek. Binnen de Civil Rights Movement in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw fungeerden negrospirituals als vertolkers van vrijheids- en gelijkheidsidealen voor de Afro-Amerikaanse bevolking.
Auteur
Jan Smelik [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Casper Höweler, Negro Spirituals en hun beeldspraak (Bussum 1970)