Ambtswoning van een pastoor of predikant, als regel eigendom van de betreffende parochie of gemeente.
Vaak gaat het om een groot huis naast de kerk, in het hart van een dorp. Men spreekt wel van ‘wonen in een glazen huis’. Een predikant van de protestantse kerk wordt geacht binnen de grenzen van zijn of haar gemeente te wonen. Gezien de hoogte van hun traktement (salaris) wonen veel predikanten in een pastorie boven hun stand. Daarom bestaat binnen de Protestantse Kerk in Nederland de regeling dat een voor ieder gelijk percentage van het inkomen als huur wordt ingehouden. Overigens is het eigen woningbezit onder predikanten aan het eind van de twintigste eeuw sterk toegenomen, wat de mobiliteit binnen de beroepsgroep, die toch al stagneert, niet bevordert. In streekromans wordt vaak een romantisch beeld geschetst van het leven in de pastorie.
Auteur
Gerben Heitink [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
R. Riess (Hrsg.), Haus in der Zeit. Das evangelische Pfarrhaus heute (München 1992)
H. Stoffels e.a., Land van domineeskinderen (Amsterdam 2002)