Van het Griekse monachos, alleen voor God levend.
Aanvankelijk werden hiermee kluizenaars aangeduid. Sinds de opkomst van het kloosterleven viel de titel toe aan de leden van de onder gezag van een overste (abt of prior) en volgens een kloosterregel levende gemeenschap. In het westerse christendom worden de leden van beschouwende orden, zoals benedictijnen en cisterciënzers, monniken genoemd. Een vrouwelijke monnik heet moniale.
Auteur
Gian Ackermans [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]