Tucht die de identiteit van een kerkgemeenschap handhaaft tegen inbreuk op haar leer, de belijdenis.
Leertucht wordt geoefend door de instanties aan wie het leergezag, de potestas docendi, is toevertrouwd. In de Rooms-Katholieke Kerk zijn dat de paus en de bisschoppen, in de Protestantse Kerk in Nederland en in de andere reformatorische kerkgemeenschappen de ambtelijke vergaderingen. De formulering van de belijdenis van de kerk ligt niet voor altijd vast; bestudering van de heilige Schrift kan leiden tot nieuw inzicht en aanleiding geven tot wijziging of aanvulling van de belijdenis. Wie tot zulk een nieuw inzicht komt, kan zich onder beroep op Gods woord door middel van een gravamen richten tot de bevoegde instantie, die daarop een leeruitspraak doet.
Afwijkende opvattingen uitdragen in prediking, onderricht of publicaties, zonder een gravamen in te dienen of een leeruitspraak na een gravamen negerend, zijn tuchtwaardig (judiciele leertucht). Dit kan leiden tot een tuchtprocedure die voert naar herstel van de confessionele eenheid of, indien het afwijkende opvattingen van een ambtsdrager betreft, tot ontzetting uit het ambt (justitiële leertucht).
Auteur
L.C. van Drimmelen [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Joh. Jansen, De leertucht (Kampen 1936)