Term die in de christelijke kerk gebruikt wordt voor belangrijke kerkelijke schrijvers uit de eerste zes eeuwen van de kerk; schrijvers die een speciaal gezag hebben in zaken van de christelijke leer.
Ze worden gekarakteriseerd door orthodoxie en een heilig leven. Oudere rooms-katholieke theologen waren van mening dat hun leer onfeilbaar was als de verschillende kerkvaders met elkaar overeenstemden. Tegenwoordig gaat men er algemeen van uit dat ook kerkvaders kunnen dwalen. De reformatoren hechtten grote waarde aan hun oordeel, maar voor hen bleef beslissend of hun gedachten in overeenstemming waren met de Schrift.
Auteur
K. Runia [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]