Recht dat gericht is op het bewaren van de eenheid van de kerkgemeenschap door rechtsbescherming, geschillenbeslechting en het bewaren van de orde van de kerk wanneer daar door uitingen of gedragingen inbreuk op wordt gemaakt.
Het verschil tussen kerkelijke en wereldlijke rechtspraak is dat het laatste gericht is op herstel van het geschonden evenwicht in de maatschappij, terwijl kerkelijke rechtspraak gericht is op verzoening door herstel van de geschonden verhoudingen binnen de geloofsgemeenschap. Een door de kerkelijke rechter opgelegde maatregel is dan ook niet te zien als sanctie op een overtreding, maar als een middel om te trachten de overtreder voor de geloofsgemeenschap te behouden. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen tuchtrecht en klachtrecht. Tucht wordt ambtshalve geoefend door de daartoe aangewezen instanties. Klachtrecht wordt toegepast wanneer er een klager is met een bezwaar of een competentiekwestie.
De Codex Iuris Canonici en de Dordtse kerkorde kennen geen scheiding van machten; de kerkelijke rechtspraak ligt in handen van hen die de algehele leiding geven aan het kerkelijk leven. In de Rooms-Katholieke Kerk is dat voor het bisdom en de daartoe behorende parochies de bisschop, die zich daartoe laat bijstaan door de gerechtsvicaris of officiaal, die voorzitter is van de diocesane rechtbank (kerkelijke rechtbank). Tegen een bisschoppelijk vonnis kan in beroep gegaan worden bij de paus, die zijn uitspraak laat voorbereiden en formuleren door de pauselijke rechtbank, de Romeinse Rota.
In kerkgemeenschappen die leven volgens de Dordtse kerkorde wordt recht gesproken door de ambtelijke vergaderingen, in eerste aanleg de kerkenraad, met de mogelijkheid van appèl op de classis, op de particuliere synode en ten laatste op de generale synode.
De Protestantse Kerk in Nederland kent wel een (van de leiding van de kerk onafhankelijke) rechtspraak, uitgeoefend door de colleges voor het opzicht (voor tuchtrechtelijke zaken) en door de colleges voor de behandeling van bezwaren en geschillen (voor klachtrechtelijke zaken).
Wanneer kerkelijke conflicten worden voorgelegd aan de wereldlijke rechter, zal deze eerst bezien of de kerkelijke rechtsgang is gevolgd en of de kerkelijke rechter zich gehouden heeft aan de bepalingen van de eigen kerkorde. Maar de scheiding van kerk en staat en de vrijheid van godsdienst brengen met zich mee dat hij zich heeft te onthouden van een oordeel over geloofsopvattingen en de concretisering daarvan in de kerkorde.
Auteur
L.C. van Drimmelen [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
A.H. Santing-Wubs, Kerken in geding (Den Haag 2002)
L.J. Koffeman, ‘De kerkelijke rechtspraak’ in: L.C. van Drimmelen en T.J. van der Ploeg (red.), Kerk en Recht (Utrecht 2004)