Met name van de vijftiende tot en met de zeventiende eeuw werden in Europa op grote schaal mannen en (vooral) vrouwen gemarteld en verbrand op beschuldiging van hekserij en omgang met de duivel en demonen.
De idee van een georganiseerde heksencultus van satansaanbidders had echter geen enkele feitelijke basis en was in werkelijkheid ontsproten aan de fantasie van de vervolgers. De Engelsman Gerald Gardner (1884-1964) geloofde dat er in eerdere eeuwen werkelijk een heksencultus had bestaan, en probeerde die na de Tweede Wereldoorlog nieuw leven in te blazen door de stichting van een nieuwe heksenbeweging, Wicca. Uit Wicca hebben zich sindsdien allerlei nieuwe heksenbewegingen ontwikkeld. Moderne heksen zien de natuur als bezield. Ze vatten de goden en godinnen uit ‘heidense’ religies op als verpersoonlijkingen van universele kosmische krachten, die in een rituele context kunnen worden aangeroepen. De associatie van moderne hekserij met satanisme is onjuist: de duivel wordt door moderne heksen gezien als een christelijke uitvinding, en wordt niet aangeroepen of vereerd.
Auteur
Wouter J. Hanegraaff [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Norman Cohn, Europe’s Inner Demons (Suffolk 1975)
Wouter J. Hanegraaff, ‘From the Devil’s Gateway to the Goddess Within. The Image of the Witch in Neopaganism’, in: Ria Kloppenborg & Wouter J. Hanegraaff (eds.), Female Stereotypes in Religious Traditions (Leiden 1995)
Ronald Hutton, The Triumph of the Moon. A History of Modern Pagan Witchcraft (Oxford 1999)