Begrip met twee betekenissen. Kerkordelijk begrip: een officieel verzoek van een kerkelijke gemeente aan een predikant om daar als ambtsdrager aan verbonden te worden (zie beroeping).
In de sfeer van beloonde arbeid: de aanduiding voor de vaste taak of functie die iemand uitoefent. In de bijbel kan men teruggaan naar de opdracht die God de mens gegeven heeft in het paradijs om de aarde te bewerken. In vroeger dagen sprak men meestal van ambt, plicht en roeping. Het beroep is een levenstaak geworden, die door de zonde verzwaard is, maar die nieuwe perspectieven ontvangt door het verlossingswerk van Christus. Men kan dan spreken van een goddelijk beroep dat allereerst gericht is op de eer van God en vervolgens ook op het heil van de mens. Het economische en financiele nut van de uitoefening van het beroep zou men moeten bezien vanuit de normen die hieruit voortvloeien.
Auteur
H. Veldman [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
A. Hilbers, Een goddelijk beroep (Goes 1962)
A. Kouwenhoven, De dynamiek van christelijk sociaal denken (Nijkerk 1989)