Eerste en belangrijkste belijdenisgeschrift van de Evangelisch-Lutherse Kerk, op 25 juni 1530 voorgelezen op de Rijksdag te Augsburg.
Het werd voornamelijk opgesteld door Philippus Melanchthon, omdat Maarten Luther als een banneling op kasteel de Coburg vertoefde. Van de 28 artikelen handelde het eerste deel over geloof en leer, waarover de hervormingsgezinden en de rooms-katholieken het wel eens zouden moeten zijn op grond van de Schrift. Het tweede deel behandelde ingeslopen misbruiken als het bedienen van het heilig Avondmaal door de leken onder één gedaante, en het ongetrouwd zijn van de priesters. De Augsburgse confessie werd in 1555 bij de godsdienstvrede van Augsburg officieel tot Rijksrecht verheven, geldend voor de evangelische Stenden. In Nederland werden de Lutheranen vaak aangeduid als ‘toegedaan de onveranderde Augsburgse confessie’.
Auteur
Th.A. Fafié [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
C.W. Mönnich, ‘Toegedaan de onveranderde Confessie van Augsburg’ 1530-1980 (Baarn/Amsterdam 1980)