Filosofische school die in de derde eeuw v. Chr. door Zeno werd gesticht en die genoemd werd naar de stoa, de zuilengang waar het onderwijs plaatsvond.
Een stoïcijn streeft ernaar onafhankelijk te worden van alles wat hem uit zijn evenwicht kan brengen. Hij meent innerlijk sterk te worden door zich niet te zeer te hechten, zodat eventueel verlies van geld en goed, van familie en vrienden of van het leven zelf aanvaardbaar wordt. Aanhangers van het stoïcisme stonden bekend als deugdzaam en onkreukbaar, ook tegenover machtige heersers. Voor het oorspronkelijke stoïcisme was het ideaal van ‘jezelf genoeg zijn’ ingebed in een theorie over de natuur, die werd beschouwd als goddelijk. Als onderdeel van de natuur zou de mens niet beter kunnen doen dan zijn lot te aanvaarden als uitkomst van een goddelijke voorzienigheid.
Auteur
Kars Veling [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Troels Engberg-Pedersen, Paul and the Stoics (Edinburgh 2000)
Seneca, Brieven aan Lucilius (Amsterdam 2004 3de druk)