Amerikaanse filosofische stroming waaraan de namen verbonden zijn van Charles Sanders Peirce (1839-1914) en William James (1842-1910). Het pragmatisme legt een sterke nadruk op het filosofische belang van de praxis, de praktijk, het handelen.
Volgens wat zij noemden de ‘pragmatische maxime’ is de betekenis van een woord of begrip gelegen in de praktische consequenties ervan. Volgens de veelal zeer onduidelijk gestelde waarheidstheorie van de pragmatisten is een uitspraak ‘waar’ wanneer hij ‘werkt’. Zoals James zegt: truth is cash value. Hiermee wordt een alternatief geboden voor de klassieke correspondentietheorie van de waarheid volgens welke een bewering waar is wanneer hij correspondeert met de werkelijkheid. De psycholoog James was uitermate geïnteresseerd in het verschijnsel van religieuze ervaring en hij stelde dat een religieuze overtuiging ‘waar’ is wanneer deze helpt met het aanvatten van levensproblemen. Latere pragmatisten zijn onder anderen Richard Rorty en Hilary Putnam.
Auteur
René van Woudenberg [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
William James, The Varieties of Religious Experience Gifford Lectures (New York 1902)
William James, Pragmatism (New York 1907)
C.S. Peirce, ‘How to make our ideas clear’ [1878] en ‘The fixation of belief ’ [1877] in: Collected Papers, 5 (Cambridge 1934)