Grieks filosoof (427-347 v. Chr.), leerling van Socrates, leermeester van Aristoteles.
Plato was de voornaamste grondlegger van de westerse filosofie. Hij is een van de weinige auteurs uit de Oudheid waarvan we het gehele oeuvre bezitten. Zijn werken zijn in dialoogvorm geschreven. Vijfendertig dialogen en dertien brieven zijn er onder zijn naam overgeleverd, waarvan een deel als apocrief wordt beschouwd. Het zijn niet alleen filosofische, maar ook literaire hoogtepunten. Een deel van de dialogen is ‘aporetisch’: ze eindigen met de vaststelling ‘dat we het niet weten’ (bijvoorbeeld: Laches, Protagoras, Eutyphro, Apologie). Een ander deel is juist dogmatisch: daarin wordt Plato’s visie op het ware, het goede en het schone uiteengezet, waarin de zogenoemde ideeënleer centraal staat (bijvoorbeeld: Gorgias, Politeia, Symposium, Phaedo, Theaethetus).
De ideeënleer zegt dat achter de alledaagse wereld, waarin alles ontstaat en vergaat, de wereld ligt van de eeuwige, onveranderlijke essentie der dingen (de Ideeën). Daaraan ‘participeren’ de veranderlijke dingen in de alledaagse wereld en dat maakt hun wezen uit. Met deze gedachte heeft Plato de grondslag gelegd voor het natuurrecht. Zie ook: platonisme.
Auteur
A.A.M. Kinneging [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
P. Shorey, What Plato Said (Chicago 1933/1978)
A.E. Taylor, Plato (New York 1926/2001)