Uitdrukking die vrijwel uitsluitend voorkomt in uitspraken van Jezus Christus over zichzelf volgens de evangeliën.
Men heeft zijn mysterieuze zelfbenaming wel verklaard vanuit het Aramees, zoals dat in Jezus’ dagen gesproken werd. Dan was dit voor sprekers een gebruikelijke manier om indirect, in de derde persoon, iets over zichzelf te zeggen: ‘iemand zoals ik’. Wanneer Jezus over de mensenzoon spreekt, krijgt dit echter in veel gevallen een extra lading vanuit de context. Mogelijk functioneerde Daniël 7:13-14 voor hem als bijbelse achtergrond. Daar verschijnt iemand die op een mens lijkt maar toch alle mensen te boven gaat: een hemelse figuur die het volk van de Allerhoogste vertegenwoordigt en in volle glorie de wereldheerschappij zal uitoefenen. Dan identificeerde Jezus zichzelf met deze figuur om zijn optreden in Israël te typeren als verwerkelijking van Daniëls visioen. Hij zei dat deze mensenzoon sterker zou blijken dan de dood en dat hij Gods koninkrijk onder de volken komt vestigen.
Zie ook: Zoon van God.
Auteur
P.H.R. van Houwelingen [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Arie Zwiep, ‘Jezus de Mensenzoon’, in: Jezus en het heil van Israëls God (Zoetermeer 2003), 17-31