Onderdeel van de bergrede, waarin Jezus een reeks voorwaardelijke beloften uitsprak die de route naar het koninkrijk van God markeren.
Ze beginnen allemaal met een gelukwens en gaan soms vergezeld van een contrasterende wee-uitspraak. Hiermee verwoordde Jezus het wel en wee van mensen die hem volgen of juist negeren. Maar alleen de smalle weg eindigt in het beloofde land. De zaligsprekingen zijn vastgehecht aan acht eigenschappen of christelijke deugden: arm van geest zijn, treuren, zachtmoedig zijn, hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, barmhartigheid bewijzen, zuiver van hart zijn, vrede stichten, en vervolgd worden omwille van de gerechtigheid. Wie Jezus Christus volgt met zo’n gezindheid, zal in het koninkrijk geluk vinden.
Matteüs geeft deze woorden weer als hernieuwde wegwijzers voor Israël, tegenover de traditionele richting van de schriftgeleerden (Mat. 5:3-16: ‘Gelukkig degenen die…’). Lucas gebruikt een tweede persoon meervoud om de persoonlijke keuze voor of tegen Jezus te beklemtonen (Luc. 6:20-26: ‘Gelukkig jullie, wanneer…’).
Auteur
P.H.R. van Houwelingen [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J. Overduin, Gods grote verrassing: de zaligsprekingen (Kampen 1961)