Latijnse bijbelvertaling, grotendeels het werk van de kerkvader Hiëronymus (340-420) in opdracht van paus Damasus I (366-383).
In de Middeleeuwen groeide de Vulgaat uit tot de meest verspreide en gebruikte Latijnse bijbelvertaling. Vandaar de naam Vulgata, Latijns voor ‘algemeen verbreid’. In de Reformatie kreeg de Vulgaat veel kritiek. Mede in reactie daarop bepaalde het concilie van Trente in 1546 dat alleen de Vulgaat gold als authentiek. De uitgave die in 1592 verscheen, de zogeheten Editio Sixto-Clementina, bleef tot aan het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) in gebruik als officiële bijbelvertaling van de Rooms-Katholieke Kerk.
In de twintigste eeuw werkten diverse katholieke commissies aan een verbetering van de Vulgaat. Het resultaat daarvan verscheen in 1979 onder de naam Neo-Vulgaat (nieuwe Vulgaat). Paus Johannes Paulus II verklaarde dat de Neo-Vulgaat voortaan in de liturgie gebruikt moest worden. Wat dat concreet inhield, legde het Vaticaanse document Liturgiam Authenticam (2001) uit.
Auteur
Philippe van Heusden [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Jan O. Smit, De Vulgaat. Geschiedenis en herziening van de Latijnse bijbelvertaling (Roermond 1948)