Op zintuiglijke wijze waarnemen van God of engel.
Volgens het bijbels getuigenis in Oude en Nieuwe Testament behoort het tot de mogelijkheden van Gods omgang met de mens, dat God of de ‘Engel des Heren’ aan de mens verschijnt, dat wil zeggen zich op zintuiglijke wijze waarneembaar maakt. Een verschijning kan gebeuren op een voor het oog of oor waarneembare wijze, of ze kan plaats hebben in een droom of visioen. Het is opmerkelijk dat in het Nieuwe Testament van de verschijning van de opgestane Jezus Christus met een passieve werkwoordsvorm wordt verhaald (1 Kor. 15:5-8; Luc. 24:34). Deze passieve vorm benadrukt dat de ontmoeting met ‘de opgestane’ geheel uitgaat van het ‘goddelijke initiatief ’ en niet onderworpen is aan de gewone condities van de waarneming. Systematisch-theologisch behoort een verschijning tot de openbaringsmiddelen waarmee God zichzelf of zijn boodschap aan de mens bekendmaakt, en het staat daarin bijvoorbeeld naast de profetie en de zending van Jezus. Berichten over verschijningen treft men in de kerk van alle tijden aan, tot in de moderne tijd toe.
Theologisch gezien is er geen reden om te twijfelen aan de mogelijkheid van een verschijning. Sinds de christelijke kerk belijdt dat ze in Jezus Christus de definitieve openbaring heeft ontvangen, heeft een verschijning nu niet meer een normatieve functie. Wel kan ze, als ze geschonken wordt, steun en richting geven.
Auteur
C. van der Kooi [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]