Wetenschap die zich bezighoudt met handschriftenonderzoek.
Verschillende lezingen worden zowel met elkaar als met oude vertalingen vergeleken om na te gaan wat vermoedelijk de oorspronkelijke tekst was. Daarbij spelen factoren als ouderdom, kwaliteit en geografische spreiding van die lezingen een belangrijke rol. Van geen enkel boek in de bijbel is de autograaf, het oorspronkelijke handschrift, bewaard gebleven. Traditioneel werden daarvoor in de joodse synagoge schriftrollen gebruikt, terwijl onder christenen de handzame codexvorm (een soort katern van papyrus of perkament) populair werd. In wetenschappelijke edities van het Oude Testament wordt gewoonlijk één manuscript uit de zogeheten masoretische traditie (de vroegmiddeleeuwse joodse tekstoverlevering) afgedrukt. Bij het Nieuwe Testament werkt men met tekstuitgaven die vanuit verschillende manuscripten gereconstrueerd zijn.
Terwijl de meerderheidstekst zich baseert op het getuigenis van de meeste handschriften, wordt tegenwoordig vrij algemeen de editie Nestle-Aland gebruikt die tekstkritische keuzes maakt aan de hand van diverse criteria, vooral de ouderdomsfactor.
Auteur
P.H.R. van Houwelingen [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J.J. Thierry, Korte geschiedenis van de tekst van het Nieuwe Testament (Kampen 1982)
A.S. van der Woude, Pluriformiteit en uniformiteit. Overwegingen betreffende de tekstoverlevering van het Oude Testament (Kampen 1992)