Latijnse uitdrukking die betekent: ‘alleen door het geloof ’.
Een van de pijlers van het geloof van de Reformatie. Het sola fide is vooral verbonden met Luther, die in zijn worsteling om vrede met God te krijgen, tot het bevrijdende inzicht kwam dat de mens niet door eigen prestaties door God wordt aangenomen en gerechtvaardigd, maar alleen door het heilswerk van Christus. Sola fide wil daarom vooral zeggen: we worden door God gerechtvaardigd zonder de werken van de wet. Dit bevrijdende inzicht van Luther moeten we zien tegen de rooms-katholieke opvatting dat de mens door geloof én werken gerechtvaardigd wordt. Het sola fide vormt de rode draad in zowel de lutherse als de gereformeerde belijdenisgeschriften. Het geloof heeft overigens slechts instrumentele betekenis. Het is de lege hand, die het door God geschonken heil aan mag nemen.
Auteur
W. Verboom [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
M. Luther, Von der Freiheit eines Christenmenschen (1520)
H. Berkhof, Christelijk geloof (Nijkerk 1990 6de druk)