Latijn voor zeventig; naam van de oudste vertaling van het Oude Testament uit het Hebreeuws in het Grieks, aangeduid als LXX, vermoedelijk uit de derde eeuw v. Chr.
De Egyptische koning Ptolemeüs-Filadelfus zou aan 72 joodse geleerden opdracht hebben gegeven tot vertaling van het Oude Testament voor de Griekssprekende joden in Egypte. Over deze opdracht en totstandkoming van LXX zijn talloze legenden in omloop. De vertalers hebben aansluiting gezocht bij de literaire vormen van het hellenisme. De vertaling gaat terug op een verloren gegane Hebreeuwse tekst, die ouder is dan de nog bestaande Hebreeuwse teksten. De oorspronkelijke tekst van LXX is vele malen herzien, wat herkenbaar is aan de verbeteringen in de vroegste papyri. Ook zijn er stilistische verbeteringen van het Grieks. Het vertaalkarakter van LXX verschilt van boek tot boek, van letterlijke vertaling tot uitgebreide parafrases. De Septuaginta bevat ook apocriefe teksten die niet tot de Hebreeuwse canon behoren.
Over de oorsprong en achtergrond van LXX zijn de meningen verdeeld. Paul de Lagarde (1827-1891) meende dat alle manuscripten van LXX teruggaan op één oertekst, terwijl Paul Kahle (1875-1964) wees op de heterogeniteit van LXX, die voortvloeit uit een groot aantal vroege vertalingen. Er bestaan nog circa 1550 handschriften van de Septuaginta. De oudsten zijn de Codex Vaticanus en Sinaiticus uit de vierde eeuw en de Codex Alexandrinus uit de vijfde eeuw.
Auteur
Ton Bolland [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
H.B. Swete, An introduction to the OT in Greek (Oxford 1968)
S. Jellicoe, The Septuaginta and modern study (London 1968)