Term ontstaan in de confessionalistische theologie van de negentiende eeuw.
Terwijl in Duitsland het Neuluthertum de bakermat ervan vormt, was dat in ons land de neo-calvinistische theologie. A. Kuyper duidde er de levensverbanden mee aan, waarmee God in schepping en onderhouding van de wereld structuur heeft aangebracht. Zoals er in de schepselmatige structuur van de werkelijkheid een orde valt op te merken, zo is dat ook in de morele orde der dingen. In wat men aanmerkt als ‘scheppingsordening’ komt echter - onvermijdelijk - de nodige interpretatie mee. De term kan dienen om menselijke interpretaties en belangen voor Gods orde uit te geven.
In Duitsland kwam de term ‘scheppingsordening’ na de Eerste Wereldoorlog naar voren, maar daar werd ‘schepping’ niet verstaan als vaste structuur, maar dynamisch gedacht. God wordt gezocht in zijn ‘scheppend’ handelen in de geschiedenis. De term ‘scheppingsordening’ werd daardoor een invalspoort voor anti-democratisch denken. Na de machtsovername door Hitler in 1933 gaven met name lutherse theologen met behulp van een spreken over ‘scheppingsordeningen’ een rechtvaardiging van de nationaalsocialistische maatschappijstructuur. Karl Barth keerde zich juist dan radicaal tegen iedere vorm van denken vanuit de schepping, en wilde ordeningen slechts aflezen aan Jezus Christus.
Na de Tweede Wereldoorlog beleefde het denken in ‘scheppingsordeningen’ nog een opleving in Zuid-Afrika, waar het moest dienen ter rechtvaardiging van de apartheid. In de Wijsbegeerte van de Wetsidee is een filosofie ontwikkeld, die uitgaat van de gedachte, dat er in de werkelijkheid diverse ‘levenskringen’ zijn aan te wijzen, die elk hun eigen wetsstructuur vertonen. In de theologie daarentegen stelt H.M. Kuitert met kracht, dat we ons in de ethiek niet op ‘schepping’ kunnen beroepen. De wereld is ‘leeg’, dat wil zeggen, zonder structuur, en de mens moet zelf met behulp van zijn ratio een orde aanbrengen.
Auteur
G.C. den Hertog [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
A. van Egmond en C. van der Kooi, ‘Het beroep op scheppingsordeningen. Een wisselend getij’, in: A. van Egmond, Heilzaam geloof (Kampen 2001), 157-172
H. Rosenau, ‘Schöpfungsordnung’, Theologische Realenzyklopedie XXX, 356-358