Hoewel het begrip ‘politieke theologie’ al in 1922 werd geïntroduceerd door de omstreden Duitse staatsrechtgeleerde Carl Schmitt, ontleent de term zijn bekendheid aan een beweging uit de jaren zestig en zeventig. Haar bekendste vertegenwoordigers zijn J.B. Metz, J. Moltmann en Dorothee Sölle, drie Duitse theologen die worstelden met de christelijke medeplichtigheid aan de holocaust. Zij waren de eersten die in Europa zochten naar een ‘theologie na Auschwitz’. Ondanks onderlinge verschillen delen zij een gemeenschappelijke inzet die ook in Nederland veel weerklank vond: een ‘theologie van de hoop’ (Moltmann) die Gods rijk van vrede en gerechtigheid centraal stelt. Vanuit dit engagement zocht de politieke theologie de dialoog tussen christendom en marxisme, zette zij zich sterk af tegen de bewapeningswedloop en tegen een ontwikkelingspolitiek die de kloof tussen arm en rijk slechts vergrootte.
Later kreeg ook de milieuproblematiek grote aandacht. Het ‘politieke avondgebed’, vanaf 1968 in Keulen georganiseerd door Dorothee Sölle en Fulbert Steffensky, liet zien dat dit theologisch engagement ook een sterk spirituele dimensie had.
Auteur
Theo Witvliet [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Diskussion zur ‘politischen Theologie’ (Mainz/München 1969)
Dorothee Sölle en Fulbert Steffensky, Politiek avondgebed (Baarn 1969)