Land of plaats van rust en vrede, waar de goden en de zaligen wonen.
Door vele volkeren worden verhalen of mythen verteld over een paradijs. In de christelijke geloofstraditie wordt de term in tweevoudige zin gebruikt. In de eerste plaats is het de aanduiding voor de Hof van Eden, waar Adam en Eva verbleven voor de zondeval. Deze aanduiding komt voort uit de Septuaginta en de Vulgaat, waarin de Hof van Eden respectievelijk wordt weergegeven met paradeisos en paradisus. Het tweede scheppingsverhaal uit Genesis 2 en het verhaal over de eerste zonde uit Genesis 3 worden daarom gewoonlijk aangeduid als het paradijsverhaal. In de tweede plaats is paradijs een synoniem voor hemel: de plaats waar de gelovigen na hun sterven verblijven. Dit komt voort uit Lucas 23:43, waar Jezus tot een van zijn medegekruisigden zegt: ‘Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn.’
Auteur
Dirk van Keulen [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]