Naam van Jezus Christus, waarin eerst zijn verlossingswerk tot uitdrukking wordt gebracht, en vervolgens ook zijn persoonlijke status: ‘Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, die zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen’ (1 Tim. 2:5-6).
Christus verlost de mensen door (met name in zijn lijden en sterven) te bemiddelen tussen hemel en aarde. Het middelaarschap is een samenvatting van de drie ambten van Christus: priester, profeet en koning. Vervolgens drukt de naam in de christelijke traditie ook uit dat Christus volmaakt en waarlijk God en mens is. De naam komt Christus toe op grond van zijn menselijke natuur, want door de menswording van de zoon van God ontstaat een geheimvolle eenheid van God en mens, en niet een derde waarin beide vermengd of juist gescheiden zijn (Concilie van Chalcedon, 451). Christus’ middelaarschap is uniek, maar sluit het deelhebben eraan niet uit (Maria, de kerk, heiligen, ambtsdragers, gelovigen).
Auteur
Henk Schoot [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]