Grieks voor ‘woord’. In de proloog van het vierde evangelie wordt Jezus Christus getypeerd als het ‘Woord’ (Joh. 1:1-18).
Hij is het eeuwige, ter wereld gekomen en vleesgeworden woord van God. Deze typering drukt uit dat Jezus Christus, Gods unieke zoon, de enige is die de onzienlijke openbaart. En wel door niet alleen namens zijn hemelse Vader te spreken, maar ook in eigen persoon het goddelijke woord te belichamen. Jezus Christus staat dermate centraal in de apostolische heilsboodschap, dat men kan zeggen dat hij het woord zelf is. De logosgedachte komt zowel voor bij Griekse filosofen – via een rationeel principe wordt de afstand tussen God en mens overbrugd – als in laatjoodse wijsheidstradities – hemelse wijsheid komt vanouds op aarde ter sprake. Johannes geeft er een specifiek christelijke invulling aan, omdat hij joden én Grieken wil aanspreken met de internationale heilsboodschap over de Messias van Israël als redder van de wereld.
Auteur
P.H.R. van Houwelingen [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
P.H.R. van Houwelingen, Johannes. Het evangelie van het Woord (Kampen 2004 2de druk)