Barbaarse straf van Perzische herkomst.
Het slachtoffer werd opgehangen aan een boom of een houten paal met dwarsbalk, de handen en voeten vastgesnoerd of vastgepind. Dan begon een gruwelijke doodsstrijd die vele uren kon duren. Hangend bewoog de gekruisigde zich steeds moeizamer op en neer, in een dodelijke spiraal van ademnood en uitputting. Om de dood te bespoedigen werden soms de benen van het slachtoffer gebroken. Vooral de Romeinen hebben zulke executies veelvuldig toegepast, maar niet bij Romeinse burgers. Honderden krijgsgevangen joden zijn na de verovering van Jeruzalem tegenover de muur gekruisigd. Vanaf de derde eeuw na Christus is kruisiging algemeen verboden.
In Israël gold een gehangene als door God vervloekt; zo ook Jezus Christus, die onder het regime van Pontius Pilatus gekruisigd werd op Golgota (Deut. 21:22-23; Gal. 3:13); zijn vermoedelijke sterfdatum is vrijdag 3 april van het jaar 33.
Auteur
P.H.R. van Houwelingen [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
B. Smalhout, ‘Een verschrikkelijke vrijdag’, in: Bijbelse tijdgenoten (Utrecht 1997), 141-164