Perspectief op de beoefening van de praktische theologie dat de nadruk legt op empirisch onderzoek.
In 1975 werd door Nijmeegse theoloog J.A. van der Ven een aanvang gemaakt met deze vorm van onderzoek. De wortels van deze benadering zijn te vinden in de Chicago School in de Verenigde Staten, het pragmatisme, met name het werk van filosofen als W. James, J. Dewey en Ch. Peirce. In de onderzoeksmethodologie wordt gewerkt volgens de empirische cyclus van A.D. de Groot en ligt de nadruk op kwantitatief onderzoek (vragenlijsten). Doel van het onderzoek is de empirische toetsing van theologische theorieën om na te gaan hoe deze zich verhouden tot de werkelijkheid van geloven en kerk-zijn. Empirisch slaat in dit verband op een eigen weg binnen de hermeneutiek, om zo tot verstaan te komen van de praxis van geloof en kerk. De benadering wordt wel aangeduid als intradisciplinair, omdat de onderzoekers aan de sociaalwetenschappelijke methodologie een organische plaats hebben gegeven binnen hun theologisch onderzoek.
Auteur
Gerben Heitink [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J.A. van der Ven, Entwurf einer empirischen Theologie (Kampen 1990)
J.A. van der Ven, Ecclesiologie in context (Kampen 1993)