Van het Griekse dokein: toelijken, menen, schijnen. Het woord dogma heeft drie betekenissen:
opvatting die is afgeleid uit de goddelijke openbaring, door de kerk vastgestelde geloofswaarheid, en willekeurige, ongecontroleerde opvatting.
Auteur
C. van de Kooi [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]