Geheel van ideeën en voorstellingen, dat betrekking heeft op het einde van de geschiedenis en de komst van het koninkrijk van God (eschatologie).
Ze heeft zich ontwikkeld uit de joodse traditie en richt zich op het profetisch openbaren (uit Grieks: apokaluptein) van de geheimen over het einde der tijden. Tot de apocalyptische bijbelboeken uit het Oude Testament worden apocriefen gerekend als 4 Ezra en Wijsheid van Jezus Sirach. Aangezien de apocalyptiek geënt is op het nieuwtestamentische boek Openbaring en de daarin aangekondigde komst van het duizendjarig rijk van Christus, spreekt men ook van chiliasme of millenniarisme. Elke generatie bracht de apocalyptische literatuur in verbinding met eigen tijdverschijnselen, zoals Cyprianus (200-258) en Joachim van Fiore (1135-1202).
Tijdens de Reformatie werd de eindtijdverwachting heel sterk beleefd. Niet alleen werd de kerk van Rome geassocieerd met de antichrist, onder andere door Luther, ook werden natuurrampen, ziekten en oorlogen gezien als tekenen van het naderende einde. In de radicale reformatie, vooral in het anabaptisme, nam de apocalyptiek een prominente plaats in; Thomas Müntzer is daarin een belangrijke schakel. Van hem is de idee afkomstig om actief de komst van Christus’ rijk te bevorderen. Melchior Hoffman preekte in 1533 dat idee, daarin gevolgd door de revolutionaire dopers te Münster, die er het Nieuwe Jeruzalem stichtten (1534-1535). De doperse leider David Joris predikte nadien een verinnerlijkte, mystiek-spiritualistische vorm van chiliasme (spiritualisme), die bestreden werd door Menno Simons. Hoewel de doperse apocalyptiek in Nederland een hoogtepunt vormde, dook het apocalyptisch denken in tal van latere bewegingen en figuren in verschillende gedaanten op (zie ook: adventisten, charismatische beweging, collegiantisme, pinksterbeweging).
Auteur
Piet Visser [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
A.C. Fix, Prophecy and Reason (Princeton 1991) 57-83
T. Clemens e.a. (red.), Het einde nabij? (Nijmegen 1999)
S. Zijlstra, Om de ware gemeente en de oude gronden (Leeuwarden/Hilversum 2000) 83-214