Opvatting die stelt dat een christelijke kerk haar leergezag ontleent aan een ononderbroken lijn die loopt van Christus, over de apostelen tot de tegenwoordige bekleders van het ambt.
In de Rooms-Katholieke Kerk: taak waarin de uitvoerder als persoon deel heeft aan het dienstwerk van Christus en aan het pastorale dienstwerk van de kerk.
Verzamelnaam voor alle personen (clerici) die een kerkelijke wijding hebben ontvangen en bij een bisdom of een kloostergemeenschap horen. De wijding onderscheidt de clericus of geestelijke van een leek.
Heiligmaking (conosecrati) als zegening (benedictio) en toewijding (dedicatio) van personen en zaken, die daardoor op bijzondere wijze in dienst van God komen te staan.