In de Rooms-Katholieke Kerk: taak waarin de uitvoerder als persoon deel heeft aan het dienstwerk van Christus en aan het pastorale dienstwerk van de kerk.
Richting binnen de theologie die is geïnspireerd door het Tweede Vaticaans Concilie, waarin het accent werd gelegd op de kerk als ‘volk van God’ en als ‘sacrament van het heil’.
Bestuursvorm waarin de paus, als hoofd van de Rooms-Katholieke Kerk, zijn gezag wil uitoefenen met respect voor de collegialiteit en niet wil optreden als een geïsoleerde alleenheerser boven aan de hiërarchische structuur.