In de Rooms-Katholieke Kerk: taak waarin de uitvoerder als persoon deel heeft aan het dienstwerk van Christus en aan het pastorale dienstwerk van de kerk.
Zonde waarbij een rooms-katholiek door een handeling de gemeenschap met God en met de kerk verbreekt, als gevolg waarvan de zondaar de genade van de doop verliest.
Ontbinding van een kerkelijk of burgerlijk huwelijk. In bijbel en kerkgeschiedenis is de visie dominant geweest dat een eenmaal gesloten huwelijk een zaak voor het leven was.