Begrip uit de bijbel. Redevoering die Jezus op een berg in Galilea heeft gehouden (Mat. 5-7) waarin hij het evangelie van het Koninkrijk van God verkondigde (Mat. 4:23).
Omgangsvorm tussen God en gelovigen. Hierin wordt niet óver, maar tót God gesproken. Men opent zich voor, en uit zich naar God: aanbiddend, dankend en smekend.
Bidsnoer in de Rooms-Katholieke Kerk, bestaande uit vijfmaal tien kralen, telkens onderbroken door een grote kraal en voorafgegaan door een kruisje plus één grote, drie kleine en wederom één grote kraal.