Hoofd van een priestercollege dat aan een kathedrale kerk verbonden is; de plaatsvervanger van de bisschop.
Openbare betrekking waarin men door de overheid of een andere gezagsinstantie geroepen kan worden.
Engels geleerde en heilige, bijgenaamd Venerabilis, of de eerbiedwaardige (673 - Jarrow 25.5.735)
Priester en historicus (Utrecht 3.2.1864 - Utrecht 6.2.1915)
Bisschop van Caesarea (Caesarea ca. 260 - ca. 340), ‘vader’ van de kerkgeschiedenis.
Religieuze bewegingen die zich concentreren op de gave van genezingen.
Geschiedenis van de kerk of het theologische vak dat deze geschiedenis tot object heeft.
Vakgebied binnen de theologische wetenschap waarin de problematiek van de inculturatie en de wisselwerking van evangelie en context wordt bestudeerd, als ook de vragen en uitzichten van de interreligieuze dialoog.
Onderdeel van de theologische wetenschap dat zich bezighoudt met de bestudering van het leven en de werken van de kerkvaders.
Wetenschap die de verschillende facetten en verschijningsvormen van het christelijke geloof tot voorwerp van wetenschappelijke reflectie maakt.