Invloedrijk Duits filosoof (Königsberg 22.4.1724 - Königsberg 12.2.1804), die algemeen wordt beschouwd als het hoogtepunt en tevens keerpunt van de Verlichting.
Verzamelterm voor verschillende filosofische richtingen die bepaalde aspecten van de filosofie van Kant verder hebben ontwikkeld, in het bijzonder zijn kennistheorie en zijn ethiek.
Wijsgerige stroming die zijn naam ontleend aan het zesdelige hoofdwerk van de Franse filosoof en socioloog Auguste Comte (1798-1857), Cours de philosophie positive, verschenen tussen 1830 en 1842.
Richting in de ethiek, die de consequenties van een handeling als uitgangspunt neemt. Een handeling is goed als zij nut (het utiele) oplevert, of in elk geval meer nut dan schade.
Door de eeuwen heen heeft het probleem van de vrije wil filosofen en theologen in de greep gehouden. Het probleem veronderstelt dat vrijheid en determinisme elkaar uitsluiten.