De vroege kerkvaders, onder wie Augustinus, onderkenden net als Plato de mogelijkheden én de gevaren van muziek (zowel stichtend als zinnenprikkelend) en reageerden hierop met rigide richtlijnen. Zodra het geloof de dominante factor in de westerse samenleving werd (de vroege Middeleeuwen), bracht de kerk haar opvattingen in praktijk.
Lees meer