Kunstmatig afbreken van een zwangerschap in het lichaam van de moeder.
Wetenschap van de wijze waarop kennis van erfelijkheid gebruikt kan worden ter ‘verbetering’ van (groepen van) mensen.
Bezinning op het morele handelen binnen de gezondheidszorg die gericht is op het genezen, het verzachten van lijden en het verzorgen van de zieke of gebrekkige mens, alsook op het voorkomen en het uitbannen van ziekten.