Predikant van de Afscheiding (1834) (Amsterdam 14 oktober 1811 - Kampen 2 juni 1888)
Hij geldt als de derde ‘vader’ van de Afscheiding, naast De Cock en Scholte, maar een typische gereformeerde diehard was Brummelkamp niet. Hij was ongekunsteld en eerlijk. Geen harde kop, geen man van kaarsrechte lijnen; andersdenkende protestanten trad hij vriendelijk en open tegemoet. Brummelkamp bezigde bloemrijke taal die wel voor ‘zwevend’ werd gehouden. Hij was blijmoedig en openhartig, en ook een beetje deftig.
Anthony Brummelkamp was een zoon van een Amsterdamse tabakswinkelier die in 1813, toen Anthony twee jaar oud was, zijn schaapjes op het droge had en ging rentenieren. Het gezin vertrok naar Smilde, om in 1819 in Elburg neer te strijken waar Anthony de lagere school en het gymnasium volgde. In 1828 keerde hij terug naar zijn geboortestad. Hij schreef zich als theologiestudent aan het Atheneum Illustre in en legde contact met de Réveilkring van Da Costa. Twee jaar later zette hij zijn studie voort in Leiden waar het rationalisme en supranaturalisme hem tegen de borst stuitten. Brummelkamp sloot zich aan bij de kring van ‘verontruste’ studenten rond Scholte waarin de overtuiging leefde dat de hervormde kerk alleen door diepgaande reformatie was te redden.
Na zijn afstuderen werd Brummelkamp beroepen door het Gelderse Hattem. In oktober 1834 werd hij er bevestigd. Zijn weigering de doop te bedienen aan kinderen waarvan de ouders geen lidmaten waren leidde algauw tot spanningen binnen de kerkenraad. Brummelkamps afkeer van de evangelische gezangenbundel en zijn oproep, in juli 1835, aan de hervormde synode om terug te keren naar de drie Formulieren van eenheid en af te zien van disciplinaire procedures tegen De Cock en Scholte zetten de verhoudingen nog meer onder spanning. Begin oktober 1835, nog geen jaar na zijn bevestiging, werd Brummelkamp door het provinciale kerkbestuur afgezet. Hij schaarde zich vervolgens, gesteund door een kleine minderheid van de Hattemse gemeente, achter de Afscheiding van De Cock en Scholte.
In de vele conflicten die de afgescheiden kerken de eerste decennia teisterden, nam Brummelkamp doorgaans een middenpositie in. Hij werd de leidsman van de zogenaamde Gelderse richting, een groep van ongeveer vijftien predikanten en twintig gemeenten in Gelderland en Overijssel. De groep wilde de zaken niet op de spits drijven, onder meer de controverse of een voorganger een ambtsgewaad diende te dragen. Brummelkamp betoogde dat het innerlijk prevaleerde boven het uiterlijk en hechtte dientengevolge weinig aan kledingvoorschriften.
Dit standpunt stond niet op zich. Brummelkamp relativeerde de betekenis van kerkorde en kerkrecht en benadrukte geestelijke vrijheid. Het bracht hem in conflict met de ‘Drentse richting’ binnen de afgescheiden kerken, een behoudende, meer bevindelijke stroming die Brummelkamp zelfs van ‘remonstrantisme’ ging betichten. Hij was te vrijzinnig in de leer, in zijn preken te weinig de nadruk leggend op de verdorvenheid en onmacht van de mens. De plooien werden in 1860, op een synodale vergadering, gladgestreken.
Zes jaar eerder hadden de afgescheiden kerken in Kampen een Theologische School opgericht. Brummelkamps ideaal was een opleiding waaraan ook mensen uit de Réveilkring meewerkten. De school zou in Amsterdam worden gevestigd, maar tijdens een emotioneel gesprek met Da Costa bleek de Afscheiding een onoverkomelijke barrière. ‘Dus lieve broeder,’ vroeg Da Costa, ‘meent gij dan waarlijk dat wij, die in het hervormd kerkgenootschap blijven, in een zondige weg verkeren.’ ‘Ja,’ antwoordde Brummelkamp. Waarop Da Costa reageerde: ‘Dan gaan we uiteen.’ In 1854 opende de Theologische School haar deuren in Kampen. Brummelkamp doceerde er klassieke talen en bibliologische vakken.
Zijn inzet voor de Schoolstrijd bracht hem in het antirevolutionaire kamp van Groen van Prinsterer en Kuyper, maar een meningsverschil over de scheiding van kerk en staat leidde in 1877 tot een verwijdering. In 1881 deed Brummelkamp voor de kiezersbond ‘Marnix’ een gooi naar een kamerzetel, maar drie jaar later sloot bij zich weer bij Kuypers antirevolutionairen aan. De Doleantie van 1886 verwelkomde hij, meteen aandringend op vereniging met de Afscheiding. Die zou hij niet meer beleven. Brummelkamp stierf in 1888, vier jaar later vond de vereniging van beide kerkgenootschappen plaats.
Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
22 juni 2009
Verder lezen
M. te Velde, Anthony Brummelkamp 1811-1888. (Barneveld 1988)
Informatie op internet
Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren