Vader des Vaderlands (Dillenburg [Dtsl.] 24 april 1533 – Delft 10 juli 1584)
Willem van Oranje was de oudste zoon van Willem van Nassau en Juliana van Stolberg. Hij werd geboren op het Duitse slot Dillenburg, honderd kilometer ten oosten van Bonn. Hij kreeg een lutherse opvoeding, totdat hij op zijn elfde jaar het Franse prinsdom Orange erfde. Hieraan waren ook belangrijke privileges en bezittingen verbonden in de Nederlanden waar de Habsburgse keizer Karel V de scepter zwaaide.
Aan het accepteren van de erfenis verbond Karel de voorwaarde dat Willem zou overgaan tot het rooms-katholicisme en dat zijn opvoeding zou worden voortgezet aan het keizerlijke hof in Brussel. Hier paste Willem zich snel aan. Hij legde gemakkelijk contacten en bleek over diplomatieke talenten te beschikken. Het achterste van zijn tong liet hij, zoals een goed diplomaat betaamd, zelden zien, wat hem de bijnaam ‘Willem de Zwijger’ bezorgde. Onder Karel V werd hij een van de belangrijkste edelen aan het hof.
In 1559 stelde Karels zoon Filips II hem als stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht aan. Filips’ geloofsijver, die zich uitte in de vervolging van lutheranen en calvinisten, stuitte Willem tegen de borst. Hij huldigde de vrijheid van geloof en maakte zich sterk voor een vreedzaam samenleven van protestanten en katholieken.
Dit zette hij op 31 december 1564 uiteen in een beroemd geworden rede in de Raad van State, maar de Spaanse koning gaf geen krimp. De komst in 1567 van de Spaanse hertog Alva, die door Filips tot landvoogd van de Nederlanden was benoemd, zette de verhoudingen nog meer op scherp. De vervolging van de ‘ketters’ werd verhard en de invoering van de tiende penning, een belastingmaatregel, zorgde voor nog meer onrust.
Willem van Oranje had zich inmiddels teruggetrokken op de Dillenburg van waaruit hij troepen ging werven. Het eerste militaire treffen, in mei 1568 bij het Groningse Heiligerlee, draaide op een overwinning van de prinsgezinden uit. Deze slag wordt als het begin van de tachtigjarige oorlog beschouwd. Alva herstelde zich echter snel en kreeg de overhand. Pas vier jaar later, in 1572, keerden Oranjes kansen ten goede, nadat de watergeuzen Den Briel hadden ingenomen. De Opstand kreeg bredere steun.
In het najaar van 1572 waren in Holland en Zeeland alleen Amsterdam, Middelburg en Goes nog in Spaanse handen. Alva werd een jaar later naar Spanje teruggeroepen, maar de nieuwe landvoogd Requesens slaagde er niet in het initiatief te heroveren. Bovendien kwam de bodem van de Spaanse schatkist in zicht. Prins Willem kreeg in bijna alle gewesten voet aan de grond, wat in november 1576 tot uiting kwam in de Pacificatie van Gent. Zijn missie leek volbracht: hereniging van de zeventien Bourgondische gewesten waarin religievrijheid zou heersen.
Het bleek een illusie. In 1579 verenigde het protestantse noorden zich in de Unie van Utrecht, het katholieke zuiden in de Unie van Atrecht. Vredesbesprekingen met Filips II liepen op niets uit. In 1580 verklaarde de Spaanse vorst Willem van Oranje vogelvrij, een jaar later scheidden de Staten van Holland zich officieel van Spanje af. Deze Acte van Verlatinghe geldt als geboortedatum van de Nederlandse natie. Haar grondlegger werd in 1584 in Delft vermoord.
Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
31 oktober 2008
Verder lezen
A.Th. van Deursen, Willem van Oranje. Een biografisch portret (Amsterdam 1995)
H. Klink, Opstand, politiek en religie bij Willem van Oranje 1559-1568. Een thematische biografie (Heerenveen 1998)
Archieven
Correspondentie van Willem van Oranje, op: http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/WVO
Informatie op internet
Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren