Vondel, Joost van den

van den vondel.JPG

Dichter (Keulen 17 november 1587 - Amsterdam 5 februari 1679)

Joost van den Vondel was in het dagelijks leven eigenaar van een kousenwinkel, maar zocht contact met kunstenaarskringen en leerde op latere leeftijd Latijn en Grieks. Afkomstig uit een doopsgezind milieu, koos hij later voor het rooms-katholicisme. Dat maakte hem in politiek en kerkelijk opzicht tot een uitermate kritisch dichter, die niet aarzelde partij te kiezen tegen heersende opvattingen. Zijn felle hekeldichten op de contraremonstrantse predikanten en de rechters van Johan van Oldenbarnevelt hadden eeuwen na zijn dood nog nationale bekendheid, maar ook zijn leerdichten en lyriek leverden gevleugelde versregels. Bovenal is hij echter de dichter van een groot aantal (vooral bijbelse) tragedies, die zijn status als christelijk treurspeldichter hebben bepaald. In deze teksten onderzoekt hij de grote thema’s van het menselijk bestaan: het wezen van het kwaad, de schuld van de mens, de goddelijke genade en voorbeschikking (zie predestinatie), de menselijke keuzes, en de relaties tussen God en mens en mensen onderling.

Zijn eerste treurspel was Pascha (1612), daarna volgden onder meer Palamedes (1625), Gysbreght van Aemstel (ter gelegenheid van de opening van de Amsterdamse schouwburg in 1637) Joseph in Dothan en Joseph in Egypten (1640), Lucifer (1654), Jeptha (1659), Adam in ballingschap (1664) en Noah (1667). Van den Vondel haalde zich met Palamedes – een vurig hekeldrama over de terechtstelling van Van Oldenbarnevelt – de verontwaardiging van regenten en predikanten op de hals, maar Lucifer zorgde voor niet minder commotie. Na twee opvoeringen werd het stuk verboden; in de ogen van de gereformeerde kerkenraad was het blasfemisch. Naast treurspelen en epische en lyrische poëzie schreef Van den Vondel literair-theoretische teksten en vertalingen van klassieke dichtwerken.

Auteur

Enny de Bruijn [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]

Verder lezen

P. Leendertsz jr., Het leven van Vondel (Amsterdam 1910)

S.F. Witstein en E.K. Grootes, Visies op Vondel na 300 jaar (Den Haag 1979)

H. Dibbetz en M. Spies, ‘Joost van den Vondel 1587-1679’, Themanummer van Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 103 (1987)

M. Geesink en H. Bossers, Vondel! Het epos van een ambachtelijk dichterschap (Den Haag 1987)

Informatie op internet

Koninklijke Bibliotheek