Theoloog en hoogleraar (Heusden 3 maart 1589 – Utrecht 1 november 1676)
Gisbertus Voetius, wiens doopnaam ‘gewoon’ Gijsbert Voet luidde, studeerde theologie in Leiden waar hij werd beïnvloed door contraremonstrant Gomarus. In 1611 werd hij predikant in het Brabantse Vlijmen en Engelen, zes jaar later in het naburige Heusden, zijn geboorteplaats.
Nog geen dertig jaar oud werd Voetius in 1618 afgevaardigd naar de synode van Dordrecht waar hij aan de kant van de contraremonstranten stond. Als veldprediker bij de troepen van graaf Willem van Nassau was Voetius in 1629 betrokken bij het beleg van bisschopsstad Den Bosch. Na de inneming beijverde hij zich voor de inrichting van een kerkelijke gemeente, maar een aanbod er predikant te worden sloeg hij af. Hij keerde terug naar Heusden, waar pastoraal werk en studie hand in hand gingen.
In 1634 werd Voetius hoogleraar theologie en oosterse talen aan de Utrechtse Illustre School. Toen die twee jaar later tot universiteit werd verheven, werd Voetius de eerste rector magnificus. In 1637 beriep de Utrechtse kerkenraad hem als predikant. Leidraad van ‘de paus van Utrecht’, zoals Voetius wel werd genoemd, was: ‘ik geloof opdat ik begrijp’. Kennis was geen doel op zichzelf, maar moest tot godsvrucht leiden. Daarmee stond hij lijnrecht tegenover Descartes die de rede boven het geloof stelde.
Ook polemiseerde Voetius met de Leidse hoogleraar in de oosterse talen Coccejus die de opvatting huldigde dat de zondagsheiliging een louter ceremonieel karakter had. Met dit alles profileerde Voetius zich als de spreekbuis van de ‘nadere reformatie’, een kerkelijke vroomheidsbeweging met een piëtistische inslag die tot in de achttiende eeuw invloed zou houden en waarvan de geest in de Afscheiding van 1834 zou herleven.
Voetius’ vroomheidsstreven kreeg ook gestalte in grote standaardwerken, veelal vrucht van zijn colleges aan de Utrechtse universiteit. Zijn vierdelige Politica Ecclesiastica verscheen tussen 1663 en 1676; zijn Disputationes selectae telde vijf delen en werd gepubliceerd tussen 1648 en 1669.
Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
31 oktober 2008
Verder lezen
J. van Oort e.a. (red.), De onbekende Voetius (Kampen 1989)
F.G.M. Broeyer en E.G.E. van der Wall (red.). Een richtingenstrijd in de gereformeerde kerk. Voetianen en coccejanen 1650-1750 (Zoetermeer 1994)
W.J. van Asselt en E. Dekker (red.). De scholastieke Voetius. Een luisteroefening aan de hand van Voetius’ Disputationes selectae (Zoetermeer 1995)