Simons, Menno

Menno_Simonsz.gif

Pastoor en kerkhervormer (Witmarsum ca. 1496 – Bad Oldeslo [Dtsl.] 31 januari 1561)

Over de jonge jaren van Nederlands enige kerkhervormer is weinig bekend – zelfs over zijn geboortejaar bestaat onduidelijkheid. Zijn eerste scholing ontving Menno waarschijnlijk in een klooster nabij zijn geboorteplaats Witmarsum. In 1524 werd hij in Utrecht tot priester gewijd waarna hij pastoor werd, eerst in Pingjum, het geboortedorp van zijn vader, later in Witmarsum.

Voor misstanden binnen de kerk had Simons een open oog: priesters die alleen maar op een comfortabel leven uit waren, drinkend en kaartspelend. Ook rezen bij Simons twijfels over de transsubstantiatieleer: wijn en brood die tijdens het Heilig Avondmaal werkelijk in het lichaam en bloed van Christus veranderden. De bijbel bood geen enkel houvast voor deze leer, ook niet voor de kinderdoop. Metterjaren groeide de overtuiging dat hij een keuze moest maken: tussen het gezag van de kerk en dat van de bijbel. Hierbij speelden de opvattingen van Luther een rol, maar ook van diens volgeling Melchior Hoffman die als grondlegger van de Nederlandse doopsgezinde beweging wordt beschouwd.

In 1535 liet Simons zich opnieuw dopen, een jaar later tad hij uit de katholieke kerk. Hij verliet Witmarsum en vestigde zich op een schuiladres in Groningen en Oost-Friesland. Hij wijdde er zich aan bijbelstudie die in 1539 uitmondde in de publicatie van zijn belangrijkste werk, Dat fundament des christelyken leers. In 1575 verscheen een Duitse vertaling.

Simons bond de strijd aan met aanhangers van Jan van Leyden, de militante wederdoper die in 1535 een ‘Nieuw Jeruzalem’ in Münster had gevestigd. Simons, op wiens hoofd Karel V een prijs had gezet, voerde tolerantie hoog in het vaandel; hij preekte een van de wereld afgekeerd, geweldloos christendom. Hij stond afwijzend tegenover eed, krijgsdienst en overheidsambten. Simons legde de nadruk op levensheiliging: als gelovige moest men – naar het woord van Efeziërs 5: 27 – ‘zonder vlek of rimpel’ zijn. Discipline moest een tweede natuur zijn; herdoop hield een gelofte in. Deze ethische bijbeluitleg, die hand in hand ging met een strenge tucht, leidde in Simons nadagen tot splitsingen in de doopsgezinde beweging.

Simons, die de laatste jaren van zijn leven kreupel was, stierf op 31 januari 1561 in Bad Oldeslo (Sleeswijk-Holstein), precies 25 jaar nadat hij de katholieke kerk de rug had toegekeerd.

Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
31 oktober 2008

Verder lezen
P. Visser, Sporen van Menno Simons (Krommenie 1996)
S. Voolstra, Menno Simons (North Newton 1997)

Informatie op internet
Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letterkunde