Scholte, Hendrik Pieter

scholte.JPG

(Afgescheiden) predikant (Amsterdam 25 september 1805 - Pella [Iowa] 25 augustus 1868)

De familie Scholte was van Duits-lutherse origine. Hendrik Pieter (Hein) werd op 5 oktober 1805 gedoopt in de hersteld evangelisch-lutherse kerk in Amsterdam. Zijn vader was er fabrikant van suikerkisten. Hij stierf in 1822, waarna Hein, zeventien jaar oud, de fabriek overnam.

Maar er was meer dan het zakenleven. Jeugdvriend Frits (H.F.) Kohlbrugge, die enige tijd bij het gezin Scholte inwoonde, inspireerde Hein tot bijbelstudie. Ook introduceerde Kohlbrugge hem bij Da Costa. In 1827 besloot Hein theologie te gaan studeren en schreef zich in aan het hoofdstedelijke Athenaeum Illustre. Hij zegde het lutherse geloof vaarwel en werd hervormd, zich zeer aangetrokken voelend tot het Réveil.

In 1829 vervolgde Scholte zijn studie in Leiden. Vier jaar later werd hij predikant in Doeveren en Genderen, in het Noord-Brabantse land van Altena. Over de kerkelijke organisatie hield Scholte er afwijkende opvattingen op na. Eigenlijk was de plaatselijke gemeente het enige wat voor hem telde. Van classis en hogere bestuursorganen trok Scholte zich weinig aan. Hij hield er een geheel eigen avondmaalsviering op na en schroomde niet collega’s die met de rechte leer de hand zouden lichten als ‘baälpriesters’ te veroordelen. Strubbelingen met het classisbestuur waren het gevolg, vooralsnog zonder verstrekkende gevolgen.

In oktober 1834, ruim een jaar na Scholtes aantreden in Doeveren en Genderen, liep het spaak. Scholte reisde naar het Groningse Ulrum en ging, met voorbijgaan aan de waarnemend predikant, voor in de gemeente van geestverwant Hendrik de Cock die eind 1833 was geschorst. Ook Scholte werd nu op nonactief gezet. Twee dagen later trad hij met het overgrote deel van zijn gemeente uit de hervormde kerk (zie: Afscheiding). Gods Woord ging boven bestuurlijke bepalingen.

Anders dan De Cock was het Scholte niet om herstel van de aloude gereformeerde kerk te doen. Hij – individualist pur sang – wilde prediken, dopen en het Heilig Avondmaal bedienen zonder zich iets aan welke kerkelijke organisatie dan ook iets gelegen te laten. Scholte vestigde zich in Gorkum en werkte vooral in Utrecht, de gemeente die begin 1839 als eerste door de overheid werd erkend als ‘christelijk afgescheiden gemeente’. Andere plaatsen volgden, maar het nieuwe kerkgenootschap bleek een verdeeld huis. Scholte en zijn aanhangers botsten met afgescheidenen die een strakkere organisatie wensten, in de geest van de Dordtse kerkorde. Scholte, de begaafste voorman van de afgescheidenen, dolf het onderspit. Eind 1840 werd hij opnieuw geschorst.

Scholte ging verder op zijn weg naar waarachtige saamhorigheid van de ware gelovigen. Kerkorganisatie en overheid keerde hij de rug toe. Hij werd ontvankelijk voor het darbisme, niet allen voor wat de afkeer van de kerk als instituut betrof. Ook het chiliasme van de beweging sprak Scholte aan: de spoedig verwachte wederkomst van Christus en de geboorte van de nieuwe, ware kerk.

Het einde der tijden wilde hij niet afwachten in Nederland, het tot ondergang gedoemde ‘Babel’. In de zomer van 1847 vertrokken Scholte en zevenhonderd volgelingen naar Noord-Amerika. Hun vertrek was niet louter door godsdienstige motieven ingegeven. Velen dachten aan de andere kant van de oceaan ook economisch een beter bestaan te vinden. De ‘scholtianen’ streken neer in Iowa waar ze de nederzetting Pella stichten, ook wel aangeduid als de ‘Strooien Stad’, een verwijzing naar de primitieve hutten waarin de landverhuizers de eerste tijd woonden.

Ook in Pella voer Scholte op eigen kompas. Hij weigerde aansluiting bij de Dutch Reformed Church; zijn eigen kerk was de ware christelijke gemeenschap. Daarin speelde Scholte als predikant een bescheiden rol. Hij bekommerde zich vooral om de maatschappelijke en economische opbouw van Pella, weer terugkerend naar het bestaan van zakenman dat hij in zijn jonge jaren had geleid. Conflicten rond – onbewezen – manipulaties met bouwgrond leidde er in 1855 toe dat Scholte uit zijn eigen kerk werd gezet. Die sloot zich, onder leiding van Van Raalte, vervolgens alsnog bij de Dutch Reformed Church aan. Scholte hield het vertrouwen van een kleine schare, maar een jaar na zijn dood, in 1868, viel ook deze gemeente uiteen.

Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
23 februari 2009

Verder lezen
Lubbertus Oostendorp, H.P. Scholte. Leader of the Secession of 1834 and Founder of Pella (Franeker 1964)