Randwijk, Hendrik Mattheus van

Randwijk.jpg

Schrijver en verzetsleider (Gorkum 11 november 1909 – Ilpendam 13 mei 1966)

Henk van Randwijk groeide op in een gereformeerd tuindersgezin; hij was de vierde van zes kinderen uit zijn vaders tweede huwelijk. Ongeschikt voor een bestaan als tuinder of ambachtsman ging Van Randwijk in 1923 naar de christelijke kweekschool in Gorkum.

Een voorlopige aanstelling als kwekeling voerde hem in 1928 naar de school met de bijbel in Werkendam waar hij twee jaar later, in het bezit van de hoofdactie, een vaste aanstelling zou krijgen. De meeste dorpelingen verdienden een karige kost met het snijden van riet en griendhout in de Biesbosch. Hun schrijnende armoede en berustende levenshouding grepen Van Randwijk naar de keel en zetten de toon voor zijn scherpe kritiek op Colijns crisisbeleid in de jaren dertig. Ook de kerken kregen ervan langs: ze preekten passiviteit en wendden zich af van de maatschappelijke ellende.

De dialectische theologie van Karl Barth was voor Van Randwijk een regelrechte openbaring. Die durfde de confrontatie met de tijd aan en rekende af met wat voor ‘christelijke politiek’ moest door gaan. Dit kreeg zijn neerslag in de roman Burgers in nood die in 1936 verscheen en Van Randwijk tot een gevierd schrijver maakte. De roman was een cri du coeur om verbondenheid in een samenleving die door werkloosheid en armoede in stukken was gereten. In 1938 verscheen Een zoon begraaft zijn vader, in de ongekende oplage van 42.000 exemplaren. De roman was een barthiaanse afrekening met het triomfalistische, zelfverzekerde en gezagsgetrouwe calvinisme.

Een jaar eerder, in 1937, had Van Randwijk de Werkendamse school met de bijbel verruild voor de Eben Haëzerschool in de Amsterdamse Jordaan waar de crisisellende schrikbarend was. Van de verkommerde school maakte Van Randwijk in een paar jaar tijd een modelschool met een Daltonleerprogramma. In Amsterdam sloot hij zich aan bij de Christelijk-Democratische Unie, een progressief-protestantse splinterpartij die pacifisme predikte. Na de Duitse inval in Polen, september 1939, baarde Van Randwijk opzien door dit punt ter discussie te stellen. Hoe kon je én tegen fascisme én tegen oorlog zijn?

Nadat ook Nederland door de Wehrmacht onder de voet was gelopen, raakte Van Randwijk bij het verzet betrokken. In 1941 werd hij redacteur van het ondergrondse blad Vrij Nederland. Ook werd hij actief voor de ‘Zwitserse weg’, de verbinding tussen bezet Nederland en de regering in Londen. Op 9 mei 1945, vijf dagen na de Duitse capitulatie, sprak verzetsleider Van Randwijk op de Dam de bevrijde hoofdstad toe.

Hij leek voorbestemd een vooraanstaande rol in naoorlogs Nederland te gaan spelen, maar het liep anders. Vrij Nederland verloor tienduizenden abonnees, niet het minst door Van Randwijks standpunt in de Indonesiëkwestie. De beide politionele acties, waarmee de Nederlandse regering haar gezag in Indië wilde herstellen, veroordeelde hij in scherpe bewoordingen. In 1950 stond Vrij Nederland op de rand van een faillissement; Van Randwijk gaf zijn hoofdredacteurschap op, twee jaar later vertrok hij ook als commentator. Hij wijdde zich aan de uitgeversmaatschappij De Brug-Djambatan die studie- en leerboeken in Indonesië uitgaf, maar de zich verslechterende betrekkingen tussen Den Haag en Djakarta hadden een kwijnend bestaan tot gevolg.

In de roerige jaren zestig werd Van Randwijk als forumlid van het spraakmakende VARA-programma Welbeschouwd een televisiepersoonlijkheid. Teruggekeerd bij Vrij Nederland deed hij als commentator van zich spreken. In het Algemeen Handelsblad beschreef hij, in feuilletonvorm, zijn verzetsherinneringen, die in 1967 als boek verschenen. Het werd door zijn weduwe in ontvangst genomen. Van Randwijk was een jaar eerder overleden, lichamelijk opgebrand.

Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
31 oktober 2008

Verder lezen
H.M. van Randwijk, In de schaduw van gisteren. Kroniek van het verzet 1940-1945 (Den Haag 1967)
G. Mulder en P. Koedijk, H.M. van Randwijk. Een biografie (Amsterdam 1988)