Maasbach, Johan

Maasbach Johan.jpg

Verkondiger (Rotterdam 5 december 1918 - Den Haag 18 september 1997)

‘Will that tall brother with that black curly hair come and try to be my interpreter?’ Het is 1958 wanneer de Amerikaanse evangelist Thomas Lee Osborn een bijeenkomst op het Haagse Malieveld houdt. De vertaler aan de zijde van Osborn, die diens bezielende woorden over de Nederlandse hoofden moet uitstrooien, maakt er een potje van. Niet te begrijpen, niet te verstaan. Maasbach, sinds 1950 actief als evangelist, zit op een van de eerste rijen en wordt door de Amerikaan gevraagd het podium op te komen. Om vervolgens diens woorden in het Nederlands te vertalen alsof hij nooit anders heeft gedaan. Tomorrow, same time, same place, zegt Osborn. De organisatoren sputteren nog tegen dat Maasbach plat-Rotterdams praat, waarop Osborn zegt: ‘Dat komt goed uit. Ik spreek plat Engels.’

Johan Maasbach groeide als dertiende in een hervormd gezin van veertien kinderen op in Rotterdam waar hij op sinterklaasavond van 1918 was geboren. ‘Jantje’, zoals hij thuis werd genoemd, was negen jaar toen hij tijdens een samenkomst van het Leger der Heils tot geloof kwam. ‘Niet lang daarna stond ik,’ schreef Maasbach in zijn memoires, ‘op de hoeken van de straten in Rotterdam in uniform, nog met een korte broek aan. Ik sloeg de trommel of mocht bij gelegenheid, wanneer we marcheerden, ook wel eens de vlag dragen.’

De jonge heilsoldaat wilde bij zijn vader in het bedrijf, een fabriek in zonneschermen. Daartoe ging Jantje naar de ambachtsschool maar ondertussen begon de zee aan de Rotterdamse tiener te trekken: hij wilde op een oceaanstomer de wereld over. ‘Ik ontdekte dat er slechts één mogelijkheid voor mij openstond en dat was om als koksmaat op zo’n schip mee te gaan.’ Dus meldde hij zich als knecht bij een bakkerij (‘het ging er in hoofdzaak om snel brood te leren bakken’) en verliet hij in 1935, zeventien jaar oud, Rotterdam als koksmaat op de grote vaart.

Vijf jaar later, na het uitbreken van de tweede wereldoorlog, werd Maasbach chefkok op het motorschip ‘Leerdam’ van de Holland-Amerikalijn. Het schip bracht hem naar New York waar hij zijn oudste broer opzocht die zijn heil in de nieuwe wereld had gezocht toen Johan een halfjaar oud was. ‘Are you saved?’ vroeg hij Johan. Ben je bekeerd, gered? Ja, antwoordde Johan, vertellend van zijn toetreding tot het Leger des Heils als jong kereltje. Vervolgens bezochten ze samen een dienst van de Pinksterkerk in Brooklyn die diepe indruk op Johan maakte. ‘Voor het eerst hoorde ik mensen spreken in tongen. Ik hoorde mensen gezamenlijk Jezus grootmaken en God prijzen zoals ik nog nooit eerder had gehoord.’

Maasbach bleef een aantal jaren aan de New Yorkse wal waar hij als kok in diverse restaurants werkte. In 1947 keerde hij terug naar Rotterdam en sloot hij zich aan bij de Volle Evangeliegemeenten. Het ruime sop bleef echter trekken. Maasbach monsterde weer als scheepskok op oceaanstomers aan. Mishandeling door een medeopvarende maakte aan zijn zeeavonturen een einde en deed de evangelist in hem opstaan. Met de schadevergoeding die hij ter compensatie voor de rake klappen ontving, kocht Maasbach een tent met zeshonderd klapstoeltjes en trok hij, al verkondigend, het land door. Na een aantal jaren kon een vast onderkomen worden betrokken, in Gouda, maar Maasbach kreeg pas werkelijk voet aan de vaderlandse evangelisatiegrond na zijn optredens met Osborn in 1958. In drie jaar tijd werden meer dan dertig campagnes gehouden die Maasbachs karavaan van de Volle Evangeliezending tot in alle hoeken van het land brachten. Honderdduizenden dronken zijn woorden in, duizenden bekeerden zich en lieten zich dopen. Boeken, bladen en traktaten kwamen in grote oplagen van de drukpers, en ook de ether werd gebruikt. Iedere zondagmorgen sprak Maasbach voor Radio Luxemburg, zieke luisteraars soms oproepend de hand op het warme ontvangsttoestel te leggen, om te worden genezen.

De beweging van ‘Osborns echo’ groeide in de jaren zestig tot een waar imperium uit. De eerste stap buiten de landsgrenzen, in 1965, toen Suriname werd bezocht, was het begin van een wereldwijde triomftocht die Maasbach regelmatig op bijeenkomsten met tienduizenden toehoorders bracht. Uitvalsbasis bleef Nederland waar zijn organisatie, omgedoopt in Johan Maasbach Wereldzending, grote gebouwen aankocht om de gestaag groeiende volgelingenschare te kunnen herbergen, onder meer de voormalige Haagse bioscoop Capitool. Ook in het buitenland werden vestigingen geopend, het eerst in Indonesië, vervolgens in de Verenigde Staten (New York), Sri Lanka en India.

Maasbach runde een miljoenenbedrijf, bekostigd door zijn volgelingen die voortdurend werden aangespoord de portemonnee trekken. Deze bedelpreken maakten Maasbach tot een controversiële figuur (‘afperser’, ‘oplichter’). Ook zijn met veel spektakel gepaarde gebedsgenezingen, het verspreiden van heilzame doekjes inbegrepen, riepen weerzin op. Maasbach legde alle kritiek schijnbaar achteloos naast zich neer, geruggensteund door een solide organisatie en een kring van onwankelbare getrouwen. Dit veranderde in de jaren negentig toen berichten over financiële malversaties en buitenechtelijke escapades Maasbachs beweging uiteen deden vallen. Steun en toeverlaat Jan Zijlstra hield het in 1992, na dertig jaar, voor gezien, gevolgd door zes andere voorgangers. Maasbach overleed vijf jaar later waarna zoon David het werk voortzette, tot op de dag van vandaag.

Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
24 januari 2011

Verder lezen
C. van der Laan en P.N. van der Laan, Pinksteren in beweging (Kampen 1982)

Informatie op internet
Johan Maasbach, Waarom ik Christus predik 
Trouw