Theoloog, hoogleraar Vrije Universiteit (Drachten 11 november 1924)
Harry Kuitert groeide op in Drachten waar zijn vader leraar was. In de jaren dertig verhuisde het gezin naar Den Haag waar hij naar het gymnasium ging. Na zijn eindexamen, in 1943, moest Kuitert zich voor de Arbeidsdienst melden, maar hij dook onder en werd actief in het verzet. Een medeonderduiker attendeerde hem op de Zwitserse theoloog Karl Barth wiens werk een eye-opener voor Kuitert werd.
In 1945 ging hij theologie studeren aan de Vrije Universiteit waar hij de colleges van G.C. Berkouwer als een oase ervoer. ‘Wat wij altijd te horen kregen was: zo zit het in elkaar,’ zei Kuitert later, ‘terwijl Berkouwer de theologiebeoefening veel discussiërender begon.’ Om soms te eindigen met de erkenning: ‘we weten het niet’.
Kuitert werd in 1950 predikant in het Scharendijke, op Schouwen-Duiveland, waar hij drie jaar later de watersnoodramp meemaakte. In 1955 werd hij studentenpredikant in Amsterdam, de mooiste periode van zijn leven. ‘Ineens kroop ik uit het hok, de grote wei in, met heel veel bloemen.’ In 1960, toen de spanning rond Nieuw-Guinea begon op te lopen, behoorde Kuitert tot de dertig gereformeerden, onder wie W.F. de Gaay Fortman en I.A. Diepenhorst, die Nederland en Indonesië opriepen het conflict in der minne te schikken. Het gereformeerde establishment wilde echter onverkort aan het vaderlandse gezag over Nieuw-Guinea vasthouden. Kuitert werd door de kerkelijke autoriteiten op het matje geroepen, maar hield voet bij stuk. ‘Ik dacht: ik word een verknipt mens als ik toegeef aan iets wat ik niet vind.’
In 1962 promoveerde Kuitert bij zijn leermeester Berkouwer aan de Vrije Universiteit. In 1965 werd hij er hoofddocent, twee jaar later hoogleraar, met als leeropdracht ethiek en inleiding in de dogmatiek. Vanwege zijn niet-historische uitleg van het scheppingsverhaal waren tegen Kuiterts benoeming als hoogleraar bezwaren ingebracht. Omstreden zou hij blijven. ‘Alle spreken over Boven komt van beneden, ook de uitspraak dat iets van Boven komt,’ schreef Kuitert in 1974 in Zonder geloof vaart niemand wel. Daarmee zette hij zich af tegen Barth, voor wie alles begint met God die zich aan de mensen openbaarde. Kuiterts theologie begon bij de mens.
Met zijn boek Zonder geloof vaart niemand wel begon hij een inventarisatie van wat het christelijk geloof aan heikele thema’s te bieden had. Het algemeen betwijfeld christelijk geloof, dat in 1992 verscheen, was een bestseller. Tienduizenden exemplaren gingen over de toonbank. Stond Kuitert aanvankelijk nog met beide benen in de gereformeerde traditie, metterjaren bewoog Kuitert zich naar de rand van de christelijke theologie en kerk. In Hetzelfde anders zien: het christelijk geloof als verbeelding, dat in 2005 verscheen, kwam hij tot de conclusie dat geloofsvoorstellingen geen ‘waarheden’ zijn, maar producten van menselijke verbeelding, God en de hemel inbegrepen.
Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
31 oktober 2008
Verder lezen
H. van Gerven en M. Michon, Vrijheid van dwang. Een portret van H.M. Kuitert (Baarn 1989)
E. Meijering, Wat verbeelden we ons wel? Overwegingen bij Harry Kuitert (Zoetermeer 2006)
P. Pronk, Fluiten in het donker. In gesprek met Harry Kuitert (Kampen 2006)
Informatie op internet
Harminus Martinus Kuitert
Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letterkunde